Regelmatige bijscholing

Berekeningsprincipes en puntensysteem

Inhoud van de regelmatige bijscholing

De tussenpersoon voldoet aan zijn verplichting tot geregelde bijscholing wanneer hij op het einde van elke opeenvolgende periode van 3 jaar 30 opleidingspunten heeft verzameld, die zijn samengesteld uit erkende opleidingen of opleidings-activiteiten, die een actualisering of verruiming van kennis bewerkstelligen inzake:

  • a) de algemene en technische kennis en vaardigheden van de toepasselijke wetgeving en bedrijfsbeheer (boekhouding, fiscaal, sociaal recht i.v.m. het beroep), overeenkomstig art. 7, §1, 1°, A a en d, en B (KB 01.07.06);
  • b) de algemene en technische kennis en vaardigheden inzake de spaar-, krediet- en beleggingsproducten, de betalingssystemen en het beleggingsadvies, in uitwerking van art. 7, §1,1°A b en c (KB 01.07.06); 

Aanvang van de regelmatige bijscholing

De eerste periode van drie jaar begint te lopen op 1 januari van het jaar dat volgt op het jaar van inschrijving in de registers bij de CBFA.

Voor tussenpersonen in bank- en beleggingsdiensten, definitief ingeschreven in 2006, 2007 of 2008, begint de eerste driejaarlijkse periode te lopen vanaf 1 januari 2009.


Puntensysteem:

Het volgen van een lesuur (= ± 60 minuten) bij een geaccrediteerde instelling levert één punt op. Komen eveneens in aanmerking:

  • a)Afstandsonderricht (waaronder e-learning) waarvan de duur en de organisatie wordt bepaald door de opleidingsverstrekker en die voorziet in een bewijsstuk van doorname. Het aantal lesuren is evenredig aan het aantal ingeschatte studie-uren vereist om de opleiding door te nemen.
  • b)Het doceren van een cursus of het geven van voordrachten op studiedagen bij een geaccrediteerde instelling levert twee punten op per lesuur (in compensatie van voorbereidingswerk).
  • c)Het bijwonen van beroepsmatige evenementen (productevents, roadshows, congressen, een jaarvergadering van een beroepsvereniging van de banksector) levert punten op pro rata het aantal opleidingsuren in de domeinen beschreven in het hierboven vermelde punt 2.1, die effectief aan deze evenementen verbonden zijn.
  • d)Een overschot aan punten met een maximum van 15 punten kan worden overgedragen naar de daaropvolgende periode van 3 jaar.